Jaap Pol en een leven lang muziek

Jaap Pol, het oudste spelende lid van muziekvereniging Euphonia, werd in juli 90 jaar. Dagelijks pakt hij zijn instrument uit de koffer en oefent hij. “Anders hou je het op mijn leeftijd ook niet zo lang vol, want je moet je lippen goed op spanning houden”, vertelt hij. Hij mist nagenoeg geen repetitie.  Al ruim 78 jaar speelt hij zijn partijtje mee, waarvan 75 jaar bij zijn geliefde vereniging Euphonia in Nijeveen. Muziek gaat voor hem samen met ontspanning, gezelligheid en saamhorigheid. Jaap speelt nu nog actief op zijn bariton in het harmonieorkest, de kapel en het seniorenorkest. 

Zijn liefde voor de muziek erfde hij van zijn ouders. Zijn moeder mocht graag zingen. Zijn vader richtte in 1925 samen met Jan Snijder Fzn. en Johannes Nijmeijer muziekvereniging Euphonia in Nijeveen op. Destijds was er in Nijeveen een Vereniging van Volksvermaken. Het bestuur van deze vereniging huurde bij festiviteiten de muziekvereniging uit Ruinerwold in.  Een aantal bestuurders bedacht toen dat het prachtig zou zijn als Nijeveen over een eigen muziekvereniging zou kunnen beschikken.

Jaap sloot zich in zijn tienerjaren aan bij Euphonia. Een week later volgden zijn vrienden Geu Vogelzang, Roelof Lubbinge, Jan Wind en Wolter Wind. Hij kreeg les van Michiel Lubbinge, een goede muzikant uit het orkest. Een muziekschool was er toen nog niet. Jaap begon op de piston. Na 3 jaar les mocht hij meespelen in het orkest. “Nou moet je er maar tussen”, werd er dan op een gegeven moment gezegd. In begin was het heel moeilijk om met het orkest mee te spelen, want je kreeg geen melodie-partij”, vertelt Jaap.

Hij vindt dat er in de loop der jaren veel veranderd is. “In zijn beginjaren vonden de repetities plaats op zaterdagavond. Na afloop van een repetitie gingen de jongeren gezamenlijk naar het café. Tijdens de repetities en uitvoeringen mochten muzikanten geen drank nuttigen, want dan zwaaide er wat. Muzikanten hadden toen nog echt respect voor de dirigent, maar ook voor de voorzitter. 

Vroeger was muziek weggelegd voor een beperkt gezelschap. Jaap vertelt: “Dit waren meer de vrijzinnige Nijevenigers. Zij lieten geen andere leden toe, omdat zij de vrijheid wilden houden om ook op zondag aan activiteiten deel te nemen. Toen het besluit viel om ook anderen als lid toe te laten, volgde een dieptepunt voor de vereniging. Een aantal bestaande leden zei toen het lidmaatschap op. Gelukkig kan tegenwoordig iedereen lid zijn. Ook waren muzikanten vroeger veel zenuwachtiger voor een concert dan tegenwoordig. Sommigen zaten te beven op het toneel. We keken enorm tegen de jury op”.

De moderne muziek van tegenwoordig is volgens hem haast geen muziek meer. Het liefst speelt hij “ouderwetse” muziek. “In koraalmuziek en kapelmuziek kun je het meeste gevoel leggen, omdat het heel harmonieus klinkt. Moderne muziek ligt niet gemakkelijk in het gehoor. Dat is volgens mij ook de reden dat je bij concoursen weinig publiek in de zaal ziet. Daarentegen zit bij een concours van de kapel de zaal meestal vol. Ik heb het gevoel dat de muziek steeds ingewikkelder wordt. In mijn ogen is alle verandering geen verbetering. Ook vind ik het bijvoorbeeld jammer dat er tegenwoordig nog weinig marsen gespeeld worden”. Hij wil graag “echt” muziek maken. “Blazen kan iedereen, maar muziek maken is wat anders. Emotie in de muziek leggen, daar draait het om”. 


De saamhorigheid binnen de vereniging was vroeger groter. De manier van lesgeven is in de loop der jaren wel erg verbeterd”, vindt Jaap. 

Hij bewaart mooie herinneringen aan verschillende optredens. “Vroeger had je in Zuid-West Drenthe op Hemelvaartsdag muziekfestivals. Erg gezellig. Ook als we terug kwamen van een concours dan was het altijd feest. Tja, dan vloeide het bier soms iets te rijkelijk. Wij kwamen eens met de bus terug van een concours. Eén van de mannelijke muzikanten moest de terugweg steeds plassen. De buschauffeur weigerde nog langer om steeds te stoppen. De muzikant met hoge nood opende stiekem de deur en plaste zo tijdens het rijden. 

Toen Jaap van de Veendijk naar Meppel verhuisde, maakte hij de overstap van Euphonia naar de Meppeler Harmonie. Meppel telde in die dagen nog meerdere muziekkorpsen, zoals Voorwaarts, de Brocades Harmonie en de Bazuin. Na 3 jaar had Jaap er genoeg van bij de Meppeler Harmonie en keerde hij terug naar Euphonia in Nijeveen. Naast musiceren vervulde hij ook nog andere taken binnen Euphonia. Een aantal jaren was hij voorzitter en secretaris. In zijn rol als secretaris kreeg hij ooit nog eens een pluimpje voor zijn mooie handschrift.  Meer dan 100 leerlingen gaf hij gedurende zijn muzikale leven les. Hiervan leerde hij zelf het meest. “Je kunt niet tegen een leerling zeggen dat je iets niet weet”, aldus Jaap. Hij zette binnen de vereniging de muziekbibliotheek op, hielp met het inzamelen van oud papier en verkocht krentenbroden om de kas van de vereniging te spekken.

Jaap neemt zijn petje af voor zijn vrouw, die inmiddels is overleden. “Zij heeft gelukkig altijd geaccepteerd dat ik naar de muziek ging. Soms was ik wel 3 avonden in de week weg. Mijn vrouw wist dat ik niet zonder muziek kon en dat ik min of meer verslaafd was. Ik ben haar daar heel dankbaar voor”. 

Jaap vindt dat muziek één van de mooiste sporten is, die je je levenlang kunt beoefenen. Euphonia hoopt dat Jaap nog lang in haar midden mag zijn.